Implantaten

Behandelingen

Implantaten

Waarom een implantaat?

Een implantaat kan worden ingebracht om één, meerdere of zelfs alle tanden en kiezen te vervangen. Een implantaat is een kunstwortel die in het kaakbot wordt geschroefd. Zo heeft u weer een basis voor een kroon, brug of prothese. Het implantaat biedt ook houvast voor een overkappingsprothese (klikgebit).

Met deze ‘kunstwortel’ zijn ontbrekende tanden of kiezen op een esthetisch verantwoorde manier te vervangen en ziet uw gebit er weer volledig en mooi uit. Het is een veilige, betrouwbare behandelmethode met een hoge belastbaarheid. Vanwege de hoge mate van duurzaamheid gaan implantaten doorgaans lang mee. Uw gebit functioneert hierdoor weer beter zoals het hoort voor een lange tijd. Implantaten worden gemaakt van titanium, een materiaal dat het lichaam over het algemeen goed verdraagt.

Wanneer is een behandeling met implantaten mogelijk?

Een implantaat kan worden ingebracht om één, meerdere of zelfs alle tanden en kiezen te vervangen. Voorwaarde is dat uw kaakbot volgroeid is. Dit betekent dat implantaten kunnen worden ingebracht bij mensen vanaf ongeveer 18 jaar. Er moet voldoende gezond kaakbot zijn om de implantaten goed te kunnen verankeren. Ook het tandvlees moet gezond zijn. De tandarts beoordeelt aan de hand van röntgenfoto’s of u voldoende kaakbot heeft en of het gezond is. Tegenwoordig is het mogelijk nieuw kaakbot te laten ontstaan op plaatsen waar er te weinig van is.

Hoe gaat de behandeling?

Een implantaat wordt onder plaatselijke verdoving ingebracht. Tijdens de werking van de verdoving maakt de tandarts het tandvlees los op de plaats waar het implantaat moet komen. Hij boort een gaatje in het kaakbot, waarin het implantaat wordt geplaatst. Vervolgens hecht hij het tandvlees. Bij plaatsing van meerdere implantaten herhaalt hij deze handelingen. Vervolgens, na de genezingperiode, plaatst hij de kroon, brug of overkappingsprothese.

De duur van de behandeling is 45 tot 90 minuten, afhankelijk van het aantal implantaten en de moeilijkheidsgraad van de behandeling.

Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad, wordt de behandeling in fasen gedaan:

  • Informatie en uitgebreid vooronderzoek
  • Het maken van een behandelplan met begroting
  • Bespreken van het definitieve behandelplan
  • Uitvoeren van eventueel noodzakelijke voorbehandelingen
  • Uitvoeren van het definitieve behandelplan: aanbrengen van de implantaten, kronen, bruggen en/of protheses
  • Controle en nazorg op korte en lange termijn

Na de behandeling

De verdoving is na 2 tot 4 uur uitgewerkt. Na een operatieve ingreep is er altijd een zekere mate van napijn. De meeste mensen hebben weinig last van de behandeling. Tegen eventuele napijn van de behandeling of gevoelig tandvlees kunt u een gewone pijnstiller nemen. Om de kans op infecties zo klein mogelijk te houden kunt u een antibioticakuur voorgeschreven krijgen.

Na 1-2 weken worden de hechtingen verwijderd, tenzij oplosbare hechtingen worden gebruikt. Na 12-24 weken wordt er gecontroleerd of de implantaten goed zijn vastgegroeid.

Wat zijn mogelijke complicaties?

Een implantaatbehandeling wordt doorgaans succesvol uitgevoerd, maar soms zijn er complicaties:

  • Enig bloedverlies, zwelling, lichte mate van koorts, pijnklachten, blauwe plekken en een beperkte mondopening. Deze symptomen verdwijnen doorgaans binnen enkele dagen.
  • Het kan zijn dat tijdens de behandeling blijkt dat, ondanks positief vooronderzoek, het plaatsen van een implantaat niet mogelijk is.
  • Er kunnen complicaties ontstaan, zoals ontstekingen van het bot en tandvlees en/of gevoelsstoornissen van lip of kin bij implanteren in de onderkaak.
  • Er moet worden gezorgd voor een goede mondhygiëne in verband met het behoud van het implantaat. Indien de mondhygiëne onvoldoende is kan ontsteking botafbraak rond het implantaat ontstaan.
  • Als u diabeet bent is de kans groter dat het implantaat niet vastgroeit.
  • Er is een risico dat het implantaat niet goed vastgroeit en verwijderd moet worden.